Sinds een paar weken werken generalisten van WIJeindhoven met een nieuwe methode om in beeld te krijgen waar de ondersteuningsvragen van inwoners liggen. Dit “Wat Telt Instrument” biedt generalisten een eenvoudig manier om het gesprek aan te gaan met inwoners om een compleet beeld te krijgen van wat goed gaat en waar behoefte is aan ondersteuning, zonder de administratieve druk te verhogen. Wat Telt geeft ons meer mogelijkheden om te laten zien wat onze WIJteams bereiken in het sociaal domein in de stad.

Door Jeannette Telder
Ontwikkelaar Kwaliteit bij WIJeindhoven


Voorheen werkte WIJeindhoven met de zelfredzaamheidsmatrix die in 2010 is ontwikkeld, deze sloot niet helemaal aan bij onze visie op wijkgericht werken. Na een lange zoektocht hebben we in samenwerking met andere partijen, zoals de gemeente Eindhoven en de gemeente Utrecht, de buurtteams van Utrecht én Movisie een mooi nieuw instrument ontwikkelt dat helpend is voor inwoners, generalisten én management- en verantwoordingsinformatie oplevert.

Inwoner centraal
De achterliggende gedachte bij het werken volgens onze visie is dat de inwoner centraal staat en dat we de zelfredzaamheid van onze inwoners willen bevorderen. Dan is het een vreemd om met een meetinstrument te werken dat vanuit het systeem en de normen van de maatschappij is opgesteld. Bij Wat Telt kunnen inwoners zelf aangeven wat voor hen momenteel de belangrijkste gebieden in hun leven zijn, wat er nú voor hen telt. Dit hoeven zeker niet alleen die gebieden te zijn waar iemand problemen op ervaart, dat kunnen ook gebieden zijn die iemand energie geven of waar iemand trots op is. Wat Telt brengt zo ook de talenten van inwoners in beeld waardoor het makkelijker is om stappen te zetten naar weer meedoen in de maatschappij.

Een inwoner kiest welke leefgebieden voor hem of haar relevant zijn en legt deze op het Wat telt-bord. Op een schaal geeft een inwoner aan hoe ze dit leefgebied ervaren. De schaal in niet onderverdeelt in vakjes, cijfers of letters maar begint en eindigt met een smiley. Als de generalist anders naar deze situatie kijkt kan deze zijn of haar professionele mening kenbaar maken met een eigen “pin”. Niet om het beter te weten, maar om hier het gesprek over aan te gaan. Deze mogelijk bestaat er ook voor derden. Dat kan bijvoorbeeld een mantelzorger, een vriend of een andere zorgaanbieder zijn. Door dit samen in kaart te brengen ontstaat er een compleet beeld van de situatie. Bovendien sluit Wat Telt direct aan bij de belevingswereld en taalgebruik van de inwoner.

Vanuit het Wat Telt-overzicht op het bord geeft de inwoner aan wat hij of zij graag anders zou willen; wat wil de inwoner wanneer bereiken. Vanuit dit doel kunnen inwoner en generalist samen onderzoeken wat hier voor nodig is. Deze doelen worden door de inwoner op het Wat Telt formulier genoteerd. Hierdoor ontstaat grotere betrokkenheid van de inwoner bij zijn eigen proces. In eerste instantie geeft hij zelf aan welke leefgebieden van belang zijn, wat zijn beleving hierbij is en geeft hij vorm aan zijn eigen doelen. Door hier zelf mee bezig te zijn wordt het meer van hem in plaats van de generalist of zorgprofessional.

Ook digitaal
De generalist legt de uitkomst van het Wat Telt instrument vast in de digitale versie. Ook is het mogelijk om Wat Telt direct digitaal in te zetten. Resultaten zijn zo inzichtelijk zodat er in latere stadia op kan worden teruggegrepen.


Doordat we niet één, maar meerdere metingen doen, kunnen we de ontwikkeling in beleving van inwoners volgen. Maar ten tweede krijgen we ook een kwantitatief beeld van wat er speelt op straat, buurt of wijkniveau. Al deze cijfers samen geven inzicht in de effecten van ondersteuning.  Dit is nuttige input om bijvoorbeeld beleid aan te passen of te kijken waar aanvullende expertise nodig is. Hiermee is Wat Telt behulpzaam  voor iedereen die betrokken is in het sociaal domein, van inwoner, generalist tot beleidsmaker.